Regels voor wedstrijdzeilen

Oefenen? Klik hier voor het regelspel.

REGELS

Er zijn een flink aantal regels met betrekking tot het wedstrijdzeilen. Ze zijn terug te vinden op de site van de ISAF, en worden in Nederlandse vertaling uitgegeven door het Watersportverbond.

Maar waarom al die regels? Kunnen we niet gewoon lekker zeilen zonder al dat fanatieke gedoe?

Het gaat er in zeilwedstrijden niet alleen om de snelste boot te hebben, en daarmee in wedstrijden eenzaam voor de rest uit je eigen race te zeilen, maar ook om op tactische wijze in een groep boten zo snel mogelijk de wedstrijdbaan te zeilen en eerste te worden. En als jij zo’n snelle boot hebt, kunnen anderen die natuurlijk ook hebben. Je zult elkaar dus geregeld tegenkomen op het water. En die anderen willen ook eerste worden, dus er zijn voorrangsregels nodig om te voorkómen dat het een chaos wordt op het water waarbij degenen met het sterkste materiaal overleven.

 

Het belangrijkste is dat je plezier beleeft aan de sport. Eén van de fundamentele regels is dan ook eerlijk zeilen. Dus met inachtneming van de erkende beginselen van sportiviteit en eerlijk spel.

Hieronder volgen de belangrijkste regels met wat toelichting om een indruk te geven waar het om gaat. Aan de tekst kunnen geen rechten worden ontleend, bij wedstrijden is natuurlijk de officiële uitgave van de ISAF (Watersportverbond) bindend.

Een boot die over stuurboordboeg ligt moet vrij blijven van een boot die over bakboordboeg ligt.

Over bakboordboeg liggen houdt in dat de wind van de rechter(stuurboord-)zijde van de boot komt, zodat het grootzeil over de linker(bakboord-)zijde steekt. Dit geldt dus ook als beide boten pal vóór de wind dezelfde koers varen met elk het grootzeil over een andere boeg. In het algemeen is het dus veiliger om drukke situaties (bijvoorbeeld de start) te naderen zeilend over bakboordboeg. Veiliger hoeft niet altijd tactisch gunstiger te zijn, maar naarmate je meer ervaring krijgt leer je ook beter inschatten wat op een bepaald moment het meest gunstig zal uitpakken.

Als je zeilend over bakboordboeg één of meer boten zeilend over stuurboordboeg nadert, kan het nuttig zijn om als waarschuwing “bakboord” te roepen om te zorgen dat men niet “vergeet” uit te wijken. Mocht de stuurboordboot niet uitwijken, dan moet je zelf een aanvaring voorkómen. Het is ook altijd gunstiger om zelf uit te wijken en te protesteren dan om er tegenaan te zeilen en te protesteren. Een aanvaring betekent snelheidsverlies of zelfs stilvallen, en kost dus vaak meer meters dan een uitwijkmanoeuvre. Een zeiler over stuurboordboeg wil zich nog wel eens proberen vrij te pleiten met de opmerking “er was geen aanvaring dus geen reden tot protest”, maar dit is niet terecht als de boot met voorrang zijn koers heeft moeten wijzigen om een aanvaring te voorkómen.

Wanneer boten naast elkaar (boord aan boord) over dezelfde boeg zeilen moet een loefwaartse boot vrij blijven van een lijwaartse boot.

Een loefwaartse boot is de boot aan de windzijde. De lijwaartse boot zeilt min of meer in de luwte van de loefwaartse boot en krijgt dus minder vrije wind dan de loefwaartse boot. Vrij blijven houdt in deze situatie ook in dat de lijwaartse boot in beide richtingen zijn koers moet kunnen wijzigen zonder direct in contact te komen met de loefwaartse boot. Als de loefwaartse boot dus op slechts enkele centimeters afstand van de lijwaartse boot zeilt, blijft hij niet vrij. Ook hier kan er dus geprotesteerd worden zonder dat er daadwerkelijk een contact tussen boten is geweest.

Wanneer een boot van achteren boord aan boord komt (binnen 2 scheepslengten) met een loefwaartse boot, mag deze boot niet hoger sturen dan zijn juiste koers (tenzij hij door dit opsturen weer vrij achter komt te liggen).

De juiste koers is de koers die een boot zou varen om zo snel mogelijk de finish te bereiken wanneer andere boten er niet zouden zijn.

Wanneer boten achter elkaar aan zeilen over dezelfde boeg moet de boot die vrij achter ligt vrij blijven van de boot die vrij voor ligt.

Dit spreekt voor zich, automobilisten kennen deze regel ook.

Tijdens overstag gaan moet een boot vrij blijven van andere boten.

Gedurende de overstagmanoeuvre gelden de drie hierboven genoemde regels niet. Dus als een boot bijvoorbeeld achter je aan zeilt en jij gaat vlak voor zijn neus overstag waardoor die boot jou raakt of moet uitwijken om dat te voorkómen, dan ben jij fout. Zodra de boot die overstag gaat weer op een aan de windse koers ligt, gelden de drie hierboven genoemde regels weer. Deze regel is vaak moeilijk toe te passen bij modelzeilen omdat de overstagmanoeuvre zo kort duurt doordat de boten zo snel wenden. Je ligt dus zeer snel weer op een aan de windse koers, zodat je nog wel eens discussie krijgt of iemand wel of niet te dicht bij een ander overstag is gegaan. Het is wel zo dat je als je (door een manoeuvre) voorrang verkrijgt, of als je voorrang hebt en van koers verandert (bijvoorbeeld wat oploeven of afvallen), moet je de andere boot ruimte geven om vrij te blijven. Dit is om te voorkómen dat je voorrang neemt als de ander niet de tijd krijgt om voorrang te verlenen.

Bovenstaande regels gelden ook bij het ronden van boeien, maar er zijn een paar uitzonderingen. De belangrijkste is:

Wanneer twee of meer boten boord aan boord zeilen op het moment dat ze de zone ingaan (= vier bootslengtes van de boei), moeten buitenliggende boten ruimte geven (mark room) aan de binnenliggende boot.

De binnenliggende boot is de boot die het dichtst langs de boei zal zeilen. Deze boot mag dus niet door de andere boten tegen de boei gedrukt worden. Dit recht op ruimte behoudt de binnenliggende boot ook als hij na het binnenzeilen van de zone zijn binnenliggende positie verliest. Hij kan “ruimte” roepen om andere boten op zijn voorrangspositie te attenderen. Als je achter een boot aan zeilt als die de zone binnenzeilt, mag je dus ook niet meer tussen die boot en de boei proberen te komen. Deze schipper kan “geen ruimte” roepen om jou er op te attenderen dat je er niet meer tussen mag.

Ruimte (Mark room) houdt in dat de boot ruimte krijgt om haar juiste koers rond de boei te zeilen, oftewel de kortste weg die de boot zou zeilen als er geen andere boten in de buurt zouden zijn.

Strafrondje. Wanneer je een voorrangsfout maakt of een boei raakt moet je een strafrondje draaien. Dit is een cirkel van 360o waarin een overstagmanoeuvre en een gijp moeten zitten. Dit moet in hetzelfde rak als waar de fout is gemaakt, zo snel als mogelijk is. Tijdens het draaien moet je vrij blijven van andere boten en ze dus niet hinderen. Hinder je toch iemand, dan kan je dus gelijk nog een rondje draaien. Volgens de eerstgenoemde regel (eerlijk zeilen) is het de bedoeling dat je zelf het initiatief neemt tot het draaien van je strafrondje als je weet dat je fout zat. Bij onder andere WK’s waarbij actief wordt gejureerd (volgens Addendum Q) zal degene die zelf zijn straf neemt één strafrondje hoeven draaien terwijl degene die afwacht of de umpire de fout gezien heeft, twee strafrondjes opgelegd krijgt.

Ik hoop dat door wat uitleg te geven over de regels, de drempel om aan een wedstrijd deel te nemen wat lager wordt.

Veel zeilplezier!

 

Hoe moeten nummers en letters in de zeilen geplaatst worden?

(Klik hier voor een afbeelding).

Dit staat beschreven in appendix G van de Racing Rules of Sailing (RRS), voor radiozeilen deels aangepast in appendix E (E6).

Samengevat:

Alle letters en nummers hebben dezelfde kleur.

In de fok wordt het zeilnummer geplaatst en in het grootzeil zeilnummer, nationaliteitsletters (voor ons NED) en het klasse teken. De tekens worden aan beide zijden geplaatst, aan stuurboordzijde het hoogste. Plaats ze in de fok haaks op het achterlijk en in het grootzeil haaks op het voorlijk (dan staan ze evenwijdig met de waterlijn).

Het zeilnummer bestaat uit de laatste 2 cijfers van het bootregistratienummer, of een door de meetsecretaris aan de zeiler toegekend zeilnummer, onafhankelijk van het bootregistratienummer. Is het zeilnummer een enkel cijfer, dan wordt er een 0 voor geplaatst. In het zeil moet er vóór het zeilnummer plek zijn voor een 1 als voorvoegsel. Dit om onderscheid aan te kunnen brengen als er meerdere boten met hetzelfde zeilnummer deelnemen.

Klasse insigne:

Aan weerszijden van het grootzeil, minimaal 20 mm uit elkaar, tenzij ze aan weerszijden over elkaar passen, zoals de M van de M-klasse. In dat geval dus aan weerszijden over elkaar aanbrengen.

Plaats ze bovenin het zeil, minimaal 60 mm boven de zeilnummers, boven een rechte lijn getrokken tussen het 1e meetpunt op het achterlijk en het dichtstbijzijnde punt op het voorlijk.

Formaat staat voorgeschreven in de klasseregels, bijvoorbeeld de M van de marblehead klasse moet zijn: hoogte en breedte 25-30 mm, letterdikte 6-8 mm.

Zeilnummers:

Hoogte van de cijfers: 100 mm (minimum) – 110 mm (maximum)

Kortste afstand tussen cijfers aan zelfde zijde van het zeil: 20 mm (min.) – 30mm (max.)

Kortste afstand tussen nummers aan weerszijden van het zeil: 60 mm (min.)

Kortste afstand tussen nummers en andere identificatie op zeil: 60 mm (min.)

Breedte en dikte van de cijfers wordt niet meer voorgeschreven, als het lettertype maar minimaal even duidelijk is als Helvetica. Neem bijvoorbeeld breedte 60-70 mm en dikte 12-18 mm.

Zeilnummers moeten hoog genoeg worden geplaatst, in het grootzeil boven een lijn, haaks op het voorlijk, door het meetpunt op het achterlijk.

Nationaliteitsletters:

Worden onder de zeilnummers op het grootzeil aangebracht.

Hoogte van de letters: 60 mm (min.) – 70 mm (max.)

Kortste afstand tussen letters aan zelfde zijde van het zeil: 13 mm (min.) – 23 mm (max.)

Kortste afstand tussen letters aan weerszijden van het zeil: 40 mm (min.)

Breedte en dikte van de letters wordt niet meer voorgeschreven, als het lettertype maar minimaal even duidelijk is als Helvetica. Neem bijvoorbeeld breedte 40-45 mm en dikte 8-12 mm.

 

Als de zeilen te klein zijn om je aan deze regels te kunnen houden, mag je achtereenvolgens:

1. Nationaliteitsletters weglaten

2. De zeilnummers in het grootzeil lager plaatsen dan voorgeschreven

3. De zeilnummers aan weerszijden dichter bij elkaar plaatsen, afstand tussen nummers aan weerszijden is dan minimaal 20 mm.

4. Afstand tussen zeilnummers en andere identificatie kleiner maken

5. Hoogte zeilnummers kleiner maken

 

De webmaster heeft met de bovenstaande vertaling zijn best gedaan om de RRS zo getrouw mogelijk weer te geven. Hoewel hierbij de grootst mogelijke zorgvuldigheid is betracht, blijft de door de ISAF uitgegeven tekst leidend. Webmaster noch KOM noch RZN aanvaarden dan ook enige aansprakelijkheid omtrent plaatsing van identificatie in zeilen n.a.v. bovenstaande tekst.